Inkomstenbelasting 2026 — schijven, box 1/2/3 en aftrek

Let op: Algemene uitleg, geen fiscaal advies. Schijven en tarieven zijn de stand op publicatiedatum; controleer altijd actuele cijfers op belastingdienst.nl. Zie ook onze disclaimer.

De Nederlandse inkomstenbelasting is opgebouwd uit drie boxen, elk met een eigen logica en tarief. Voor de meeste werknemers beperkt het zich tot box 1 (inkomen uit werk en woning) en eventueel box 3 (spaargeld en beleggingen). Voor ondernemers en aandeelhouders komt box 2 erbij. In dit artikel zetten we voor 2026 op een rij hoe het stelsel werkt, welke aftrekposten er zijn, en hoe je aangifte doet.

Box 1 — inkomen uit werk en woning

Box 1 belast al je inkomen uit arbeid (loon, winst uit onderneming, uitkering, pensioen) plus het belastbare inkomen uit de eigen woning (eigenwoningforfait min hypotheekrente-aftrek). De heffing gebeurt in schijven met een oplopend tarief.

Schijf Belastbaar inkomen (indicatief 2026) Tarief
1 Tot ca. €38.000 ~36,9%
2 €38.000 – €76.000 ~37,5%
3 Boven €76.000 49,5%

De getoonde tarieven zijn de gecombineerde belasting + premies volksverzekeringen voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet bereikt hebben. AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie meer en hebben een lager tarief in schijf 1.

Heffingskorting en arbeidskorting

De berekende belasting wordt verminderd met de heffingskorting (algemeen) en — als je arbeidsinkomen hebt — de arbeidskorting. Beide worden boven een bepaald inkomensniveau afgebouwd. Praktisch zit dit al verwerkt in je loonstrook; voor de aangifte hoef je het meestal niet handmatig in te vullen.

Box 2 — aanmerkelijk belang

Box 2 geldt voor wie 5% of meer aandelen, winstbewijzen of certificaten bezit in een vennootschap (typisch de DGA). Dividend, vervreemdingswinst en huurinkomen uit eigen BV worden belast in box 2 — in 2026 met een tarief van ca. 24,5% over de eerste schijf en ca. 31% daarboven.

Voor de meeste particulieren is box 2 niet van toepassing. Voor DGA’s en aandeelhouders van familiebedrijven juist heel relevant — vergt vaak advies van een specialist (fiscalist of accountant).

Box 3 — sparen en beleggen (herziening 2026)

Box 3 belast vermogen op de peildatum 1 januari. Tot en met 2025 werd dat forfaitair berekend — vanaf 2026 is het systeem grotendeels overgegaan op belasting over werkelijk rendement:

  • Spaargeld — belast op werkelijke ontvangen rente
  • Beleggingen — belast op werkelijke dividend en koerswinst (inclusief, volgens de huidige uitwerking, ongerealiseerde koerswijzigingen)
  • Onroerend goed (niet-eigen-woning) — belast op huurinkomen en waardestijging

De vrijstelling per persoon is indicatief €57.000 in 2026 (controleer actuele waarde op belastingdienst.nl). Partners kunnen vermogen verdelen om beide vrijstellingen te benutten. Voor diepere uitleg over de afweging zie sparen of beleggen.

Aftrekposten in box 1

De meest gebruikte aftrekposten voor particulieren:

  • Hypotheekrente — voor de eigen woning, met tariefcorrectie (de aftrek wordt teruggegeven tegen een lager percentage dan schijf 3)
  • Giften — aan ANBI’s, boven een drempel en tot een maximum van het inkomen
  • Specifieke zorgkosten — zoals dieet, vervoer voor ziekte, hulpmiddelen, boven drempel
  • Studiekosten — sinds 2022 vrijwel niet meer aftrekbaar voor particulieren; alleen specifieke regelingen
  • Partneralimentatie — voor de betaler aftrekbaar, voor de ontvanger belast

Voor zzp’ers en ondernemers

  • Zelfstandigenaftrek — vast bedrag (in 2026 verder afgebouwd ten opzichte van eerdere jaren)
  • Startersaftrek — extra in de eerste drie jaren als zelfstandige
  • MKB-winstvrijstelling — percentage van de winst dat onbelast blijft
  • Investeringsaftrek (KIA) — voor investeringen in bedrijfsmiddelen boven een bepaald bedrag
  • Oudedagsreserve (FOR) — fiscale voorziening voor pensioen (wordt mogelijk verder uitgefaseerd)

Voor uitgebreide zzp-specifieke uitleg zie financiën als zzp’er.

Aangifte — wanneer en hoe

De gewone aangifteperiode loopt van 1 maart tot 1 mei voor het voorafgaande belastingjaar. Aangifte over 2026 doe je dus in maart–mei 2027. Belangrijk:

  1. Vóór 1 mei aangifte indienen — anders riskeer je verzuimboete
  2. Vóór 1 april klaar — als je vóór 1 april indient garandeert de Belastingdienst antwoord vóór 1 juli
  3. Uitstel aanvragen tot 1 september als particulier; met fiscaal intermediair vaak tot 1 mei van het jaar erna
  4. Online via DigiD — Mijn Belastingdienst is de gangbare weg; veel gegevens zijn voor-ingevuld

Praktische tips voor 2026

  • Controleer voor-ingevulde gegevens — de Belastingdienst vult veel automatisch in, maar fouten komen voor (bankrente, dienstverband)
  • Box 3-vermogen verdelen tussen partners — beide vrijstellingen benutten
  • Peildatum 1 januari respecteren — grote uitgaven (auto, verbouwing) net vóór de peildatum kunnen aanzienlijk box 3-vermogen verlagen
  • Voorlopige aanslag aanvragen — wie veel aftrek heeft (hypotheekrente, giften) krijgt belasting maandelijks terug in plaats van te wachten op de jaarafrekening
  • Toeslagen niet vergeten — zorg-, huur-, kinderopvang- en kindgebondenbudget worden los van IB aangevraagd via toeslagen.nl, maar zijn wel inkomensafhankelijk

Veelgestelde vragen

Wat zijn de IB-schijven in 2026?
Indicatief 2026: schijf 1 tot ca. €38.000 op ~36,9%, schijf 2 tot ca. €76.000 op ~37,5%, schijf 3 daarboven op 49,5%. Exacte grenzen publiceert de Belastingdienst eind december — controleer altijd op belastingdienst.nl voor de actuele cijfers.
Wat is het verschil tussen box 1, 2 en 3?
Box 1 belast inkomen uit werk en woning (loon, winst zzp, eigen woning). Box 2 belast aanmerkelijk belang (5%+ aandelen, bv. DGA). Box 3 belast spaargeld en beleggingen op basis van werkelijk rendement (vanaf 2026 herzien).
Welke aftrekposten zijn er voor particulieren?
Veelgebruikte aftrekposten: hypotheekrente (box 1), giften aan ANBI’s, specifieke zorgkosten boven drempel, scholingskosten (beperkt), partneralimentatie. Voor zzp’ers daarnaast zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling.
Hoe werkt box 3 in 2026?
Vanaf 2026 belast box 3 (gedeeltelijk) werkelijk rendement in plaats van forfaitair. Spaargeld wordt belast op werkelijke rente, beleggingen op werkelijke koerswinst en dividend. De vrijstelling per persoon (peildatum 1 januari) is indicatief €57.000.
Wanneer moet ik IB-aangifte doen?
De gewone termijn loopt van 1 maart tot 1 mei van het volgende jaar. Uitstel aanvragen kan tot 1 september (en met fiscaal intermediair vaak langer). Niet doen kan leiden tot verzuimboete en ambtshalve aanslag.
Wat is de heffingskorting en arbeidskorting?
Heffingskorting is een algemene korting op de belasting die je verschuldigd bent. Arbeidskorting krijgt iedereen met arbeidsinkomen, oplopend tot een maximum. Beide worden afgebouwd bij hoger inkomen.
Mag ik schenken zonder belasting?
Ouders mogen jaarlijks belastingvrij schenken aan kinderen tot een bepaald bedrag (2026 indicatief ca. €6.700). Eenmalige verhoogde vrijstellingen bestaan voor kinderen 18–40 jaar (vrij besteedbaar of voor studie). Boven die grenzen geldt schenkbelasting volgens schijven.
Wat is de KOR voor zzp’ers?
De Kleineondernemersregeling stelt zzp’ers met minder dan €20.000 omzet per jaar vrij van BTW-afdracht. Dat scheelt administratie en geeft kleine ondernemers ruimte; je mag dan ook geen BTW aftrekken.

Auteur: Kenneth Brouwers — redactie Financiaal.nl. Gepubliceerd: 5 juni 2026. Laatst bijgewerkt: 5 juni 2026. Bronnen: Belastingdienst, Rijksoverheid. Reageren? Mail info@financiaal.nl.